De Doelstelling
Algemene doelstelling
Het doel van PSZ “Het Visnet” is om kinderen vanaf 3 jaar de gelegenheid te geven om in klein groepsverband
met elkaar te spelen, met diverse speelmaterialen, zoals constructiemateriaal, loop- en rijspeelgoed, een poppenhoek,
een leeshoek, enz. Daarnaast is er volop gelegenheid en ruimte voor kinderen om creatief bezig te zijn: verven,
plakken, tekenen, kleien. Al deze activiteiten zijn ter bevordering van de ontwikkeling van de kinderen, Wanneer
de weersomstandigheden het toelaten kan er ook buiten worden gespeeld.
Zoals verwacht mag worden van een christelijke peuterspeelzaal wordt het dagdeel begonnen en afgesloten met een gebed,
wordt er aandacht besteed aan een bijbelverhaal en worden er christelijke liedjes gezongen.
Specifieke doelstelling/OGO
Naast de algemene doelstelling hebben we ook een specifieke doelstelling die terug te vinden is in onze werkwijze met
“STARTBLOKKEN van ontwikkelingsgericht onderwijs (OGO)".
Ontwikkelingsonderwijs in het kort:
- Ontwikkelingsgericht onderwijs is gericht op een brede persoonsontwikkeling (zoals samenwerken, communiceren,
initiatieven nemen, plannen maken) die altijd verbonden wordt aan kennis en vaardigheden (schrijven, lezen, woordenschat enz.).
- Het gaat om betekenisvolle activiteiten, binnen een bepaald thema (bijvoorbeeld de schoenenwinkel, we gaan op
reis, de bakker, de dierentuin enz.) Deze activiteiten dienen een sociaal cultureel karakter te hebben, dat wil zeggen
activiteiten uit de echte wereld (schoenen kopen in de winkel, een treinkaartje kopen bij het loket enz.) waarin
kinderen inbreng kunnen hebben in keuze en planning. Bij de peuters gebeurt dit vooral door middel van spel en spelen.
- De rol van de leidster is belangrijk binnen OGO. Leidsters zoeken steeds naar wat peuters zelf willen en al (bijna)
kunnen. Daar baseren ze hun aanbod op. Zo wordt er een zone van naaste ontwikkeling gecreëerd, waardoor kinderen hun
eigen ontwikkeling signaleren omdat ze merken dat de activiteit én zij zelf er beter van worden.
- De leidster probeert een goed evenwicht te vinden tussen enerzijds de betekenis van activiteiten voor de peuters
(hebben ze er iets mee, doet het ze iets?) en anderzijds de doelen die de leidster wil bereiken met de activiteit. Binnen
traditioneel onderwijs zie je nog vaak dat het doel van de leidster voorop staat en dat er voorbij wordt gegaan aan het
feit of de activiteit betekenis heeft voor de kinderen. Een gevolg kan zijn dat kinderen afhaken en dat uiteindelijk het
doel niet wordt bereikt.
In Startblokken (voor de allerjongsten kinderen, peuters en vierjarigen die zo van huis de school binnenkomen en voor
‘kwetsbare’ drie- en vierjarigen) is het goed om accenten of prioriteiten in de doelen aan te brengen:
Basiskenmerken: zich prettig voelen in de groep, actief willen onderzoeken wat de omgeving te bieden heeft; zelfvertrouwen
opbouwen.
Sociale interesse: geïnteresseerd raken in anderen, samen willen spelen, deelnemen aan de dagelijkse routines in de groep.
Communiceren: contact zoeken, belangstelling tonen, ingaan op wat anderen vragen en doen en taal als communicatie
gebruiken (gesproken taal en taal in getekende en in geschreven/ gedrukte vorm).
Taalvaardigheid: (Nederlandse) taal begrijpen en gebruiken, woordenschat uitbreiden en interesse krijgen in verhalen
en prentenboeken.